Verhalen
Algemene
begraafplaats

Historisch verhaal

Cornelis Gielis

Welkom bij het graf van Cornelis Corneliszoon Gielis (1670-1722), een dappere commandeur in de Nederlandse walvisvaart. Begraven in 1722, is zijn graf en herinnering aan de moed en avonturen van de walvisvaarders die Spitsbergen trotseerden. Commandeur Gielis, bekend om zijn kaarttekenvaardigheden, ontdekte in 1707 “Gillesland” op 80° N.B. en 13°30′ O.L., nu Kvitoya genoemd. Zijn kaarten, die zelfs nog in 1827 gebruikt werden, hielpen walvisvaarders in gevaarlijke wateren. Grafvondsten uit die tijd laten zien wat voor ontberingen deze pioniers moesten doorstaan. Bekijk de grafsteen van Gielis en laat zijn verhaal je meenemen naar een tijd van ontdekking en doorzettingsvermogen. Jack Ambriola vertelt.

Cornelis Cornelisz. Gielis (1670-1722): commandeur en kartograaf

Hier leyt Begraven/ Kornelis Komelisz./Gielis Is / Gerust / Den 2 July 1722 (G-t-13) 

…Maer ’t is een eenzaem landt, een landt daer woeste Beren   
en ‘t koude Noordgeblaes met ijs en snee regeeren  
daer ’t weynig daeght en daer de droeve nacht  
gheduerig sich vertoont en stadich houdt de wacht… 

Gedicht aan alle zeevaerende luyden tot Leyden, gedruckt bij Willem Christiaan, 1634. 

De Nederlandse walvisvaart speelde zich in de 17e eeuw voornamelijk af bij Spitsbergen (Svalbard) en het Jan Mayeneiland, genoemd naar Jan Jacobsz. May van Schellinkhout. Op beide eilanden stonden in de eerste helft van de 17e eeuw zomernederzettingen met grote woontenten (later houten huizen) en traanovens. De nederzetting op het Amsterdamse eiland in Spitsbergen kreeg de toepasselijke naam Smeerenburg: de smeerigheid en stank van de traankokerijen was enorm. Smeerenburg heeft slechts een halve eeuw bestaan. Na 1660 werden de walvissen niet langer aan land verwerkt, maar op het schip zelf, omdat naarmate er meer walvissen gejaagd werden men steeds verder van land moest en de afstand tot Smeerenburg te groot werd. In de 18e eeuw voer men tenslotte naar de wateren rondom Groenland, omdat de walvisvangst rondom Spitsbergen steeds minder lonend werd. 

De walvisvaart was voor de Marsdiep-dorpen Huisduinen en Den Helder van het allergrootste belang. Volgens de kroniekschrijver Dirk Burger van Schoorl, chirurgijn te Oudesluis, woonden er in 1707 38 commandeurs (gezagvoerders) van walvisvaarders. 

Gillesland 

Een van hen was Cornelis Corneliszoon Giles (Gielis), die als kaarttekenaar grote bekendheid zou krijgen. In 1707, op zijn derde reis als gezagvoerder, ontdekte de toen 37-jarige commandeur Gielis het later naar hem vernoemde “commandeur Gillesland”, thans Kvitoya, op 80° N.B. en 13°30′ O.L. ten oosten van Nordaustlandet (Noordoosterland) gelegen. 

Cornelis Cornelisz. Gielis, zoon van de Helderse commandeur Cornelis Dirksz. Gielis, heeft een groot aantal kaartschetsen van de arctische wateren rondom Spitsbergen gemaakt. Ze werden, samen met door Outger Rep van Oostzaan vervaardigde kaartschetsen, door het Amsterdamse uitgevershuis Van Keulen gebruikt bij het samenstellen van een gedrukte kaart getiteld “Nieuwe afteekening van het Eyland Spits-Bergen, opgegeven door de Commandeur Giles en Outger Rep” (1714). 

Vastvriezen 

Het in kaart brengen van dit gebied was bijzonder gevaarlijk, want juist het gebied ten noorden en oosten van Spitsbergen was zeer gevreesd bij de walvisvaarders vanwege het grote gevaar van invriezing der schepen. Cornelis Cornelisz. Gielis (ca. 1670-1722) 

Omdat in die jaren de geografische lengte nog niet vanaf de nulmeridiaan van Greenwich werd bepaald, maar vanaf de nulmeridiaan over de z.g. Piek van Canarie, de Picoberg op het eiland Tenerife van de Canarische eilanden, is de aanduiding van de lengte op de kaart van Gielis en Rep anders dan de tegenwoordige waarmee de afgebeelde eilanden zijn opgegeven. Voor het overige was de kaart zo goed, dat toen de Britse ontdekkingsreizigers William Parry en James Ross in 1827 van Spitsbergen uit naar het Noordpoolgebied trokken (met bootjes die zij tevens als sleden aanwendden), de kaart van Gielis en Rep nog buitengewoon goede diensten bewees! 

Daar leyt het lighaam nu en rot 
zijn ziel, hoop ik, die is by Godt. 

Dit tweeregelig rijmpje schreef de Helderse commandeur Jan Jongkees bij de teraardebestelling van zijn timmerman te Spitsbergen op 8 juli 1776 in zijn journaal (Gemeentearchief Den Helder). 

Cornelis Gielis daarentegen werd na zijn overlijden (2 juli 1722), evenals de meeste officieren, mee naar het vaderland genomen om op de begraafplaats in zijn woonplaats te kunnen worden begraven (19 augustus 1722). De oud-katholieke Cornelis Cornelisz. Gielis had tijdens zijn commandeurschap sedert 1704 in totaal 109 walvissen gevangen voor zijn opdrachtgevers, de gebroeders Mol te Jisp. 

Opgraven 

Van een kerkhof in het noorden van Spitsbergen (de Zeeuwse Uytkijck), met ongeveer tweehonderd graven, heeft men enige jaren geleden vijftig kisten opgegraven en voor onderzoek naar ons land gebracht. De kisten waren met stenen bedekt om verstoring door ijsberen en poolvossen te voorkomen. 

Door de goede conservering – van sommige lichamen waren zelfs nog “weke delen” bewaard gebleven – was het niet moeilijk de leeftijd van de gestorvenen, alsmede de vermoedelijke doodsoorzaak vast te stellen. Verreweg de meesten waren 20-40 jaar, al waren er ook die niet ouder dan 14 jaar waren geworden. Voorts bleek dat de gemiddelde walvisvaarder bepaald geen optimale gezondheid had als hij – aan het eind van de Hollandse winter – de thuishaven verliet: gebreksziekten als rachitis (Engelse ziekte), scorbut (scheurbuik), alsmede slecht geheelde botbreuken. Vooral scorbut, door gebrek aan vitamine C, was aan het eind van een lange Hollandse winter vrij algemeen, maar met de komst van verse groenten herstelden de meeste mensen weer snel. Behalve als men, zoals de walvisvaarders, in het voorjaar “een nieuwe winter” opzocht in het hoge noorden.  

Dan kreeg men gerookt spek, gedroogde kabeljauw, gedroogde pruimen, gort en dubbelgebakken tarwebrood te eten in plaats van vers voedsel. Het consumeren van vers ijsberenvlees werd afgeraden, omdat men er vroegtijdig grijze haren van zou krijgen! 

Interessant is dat bij de meeste walvisvaarders ‘slijtkanalen’ tussen de voortanden voorkwamen als gevolg van het vrijwel constant in de mond hebben van een klein stenen pijpje. 

Tenslotte willen we nog vermelden dat uit de grafvondsten is gebleken dat vooral wollen kleding gedragen werd. Warm, maar bijna niet droog te krijgen als het nat geworden was! 

Cornelis Cornelisz. Gielis, geboren ±1670 te Den Helder, huwde op 8 januari 1696 met Aagt Cornelisdr. Foppens. Uit dit huwelijk werden zes kinderen geboren, waarvan waarschijnlijk slechts één zoon, Cornelis Cornelisz. Gielis de Jonge, in leven bleef. Zijn vrouw overleed te Den Helder op 11 juni 1719. 

Dit verhaal over Cornelis Gielis komt uit het boekje: Oorkonden in Steen. De tekst is geplaatst met de originele opmaak en met de originele foto’s uit het boekje. De boekjes zijn gepubliceerd in de periode van 2001 t/m 2006.

Uitleg route

Locatie

Bekijk hier de locatie van dit grafteken. 

Bekijk ook andere verhalen

Janus (Adrianus) IJsbrand Kuiper, geboren in 1856, was een trotse schipper van de reddingvlet met een opmerkelijke achtergrond in een echte Helders familie. Zijn vader, Jan Kuiper, verloor zijn leven als sloeproeier toen Janus nog
Tabbie, de Gorrel, en de Gul, onder deze bijnamen waren de drie broers, Jacob (1852-1933), Willem (1855-1941), en Cornelis (1851-1933) Bakker, bekend in heel Oud Den Helder. Ze behoorden tot de ploeg van Dorus Rijkers
Coen Bot, een zeeman geboren in 1882, navigeerde door de onstuimige wateren van de Noordzee als lid van de reddingsmaatschappij. Met zijn indrukwekkende staat van verdiensten, waarin 134 reddingstochten tussen 1900 en 1946 prijken en