Verhalen
Algemene
begraafplaats

Historisch verhaal

David Grunwald

Het graf van David Grunwald (1787 – 1867) eert een opmerkelijke man die vanuit Rusland naar Den Helder vluchtte. Geboren in 1787 te Nieschwitz (Rusland) vestigde hij zich rond 1825 in Oldenzaal. In 1829 trouwde David in Osnabrugge met Clara Daniel Cohen en verhuisde later naar Den Helder. David beoefende verschillende beroepen, waaronder koopman, onderwijzer in de Hebreeuwse taal, godsdienstleraar en boekbinder. Zijn betrokkenheid bij de Joodse gemeenschap was aanzienlijk, wat resulteerde in de toekenning van de ‘chower’-titel voor buitengewone verdiensten aan het Joodse geestelijk leven. De Hebreeuwse inscriptie op zijn graf getuigt van zijn toewijding aan het geloof, de Torah en zijn rol als bestuurder en gemeenteleider. David’s nalatenschap strekte zich uit over zijn kinderen, waaronder Izak en Moses Aron, die belangrijke bijdragen leverden aan zowel de Joodse gemeenschap als het zakelijke leven in Den Helder. Jack Ambriola vertelt.

Stenen van het geslacht Grunwald

Vanaf ongeveer 1850 tot begin jaren veertig van de vorige eeuw telde Den Helder diverse Joodse ingezetenen die de naam Grunwald droegen, hetzij als familienaam (achternaam vader), bijvoorbeeld David Grunwald (1787 – 1867), hetzij verkregen door huwelijk, bijvoorbeeld Clara Grunwald Cohen (1805 – 1884).

Een tiental leden van de familie Grunwald die begin jaren veertig in Den Helder woonden is als gevolg van bombardementen, deportatie en vernietiging (moord) in Auschwitz, Monowitz, Sobibor of Birkenau omgekomen. Voor hen geen herdenkingssteen op de Huisduiner begraafplaats.Wel een zevental grafstenen voor dragers van de naam Grunwald die het lot van vernietiging bespaard is gebleven. De oudste steen is die van David Grunwald.

 

Links David Grunwald

David Izak Grunwald werd op 6 april 1787 te Nieschwitz in Rusland geboren als zoon van Isaac Grunwald, geboren circa 1760 en Betsy Mozes, geboren circa 1760.

David Izak vluchtte omstreeks 1825 uit Rusland. Hij kwam in Oldenzaal terecht en trouwde in 1829 te Osnabrugge (Osnabrück) in Duitsland met Clara Daniel Cohen, geboren 11 mei 1805 te Oldenzaal, overleden 27 december 1884 te Den Helder. Dit huwelijk kwam tot stand na een scheiding van zijn vrouw in Rusland middels een sjalieach (scheidingsbrief). Uit het huwelijk van David en Clara werden tien kinderen geboren, vijf in Oldenzaal, waarvan twee levenloos, de anderen in ’s Hertogenbosch. David oefende veelsoortige beroepen uit: koopman, onderwijzer in de Hebreeuwse taal, godsdienstleraar en boekbinder. Hij heeft in de Joodse gemeenschap een rol van betekenis gespeeld. Zo heeft hij bijvoorbeeld belangrijk bijgedragen aan de oprichting in 1860 van ‘Talmoed Thora’, de instelling en soms ook de naam van de school waar kinderen, aanvankelijk uit armlastige gezinnen, onderwezen worden in de Thora het heilige boek van de Joden waarin de wetten van Mozes (vijf boeken*) staan en waaruit de voorzanger (gazzan) in de synagoge op de Sabbat een stuk zingt.

*ofwel de eerste vijf Bijbelboeken Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium.

David Izak Grunwald geboren in Nieschwitz (Rusland ), overleden in Den Helder.

Talmoed: het heilige boek van de Joden dat uitleggingen en aanvullingen voor het godsdienstig leven op het Oude Testament geeft. David ontving voor zijn vele verdiensten voor de Helderse Joodse gemeenschap de ‘chower’ titel een eretitel, toegekend aan hen die zich buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt voor het Joodse geestelijk leven.

Een zoon van David Izak was Izak, geboren te Oldenzaal op 30 maart 1831 en op 30 november 1865 gehuwd met Leentje Schrijver. Hij was van beroep koopman, maar heeft zich daarnaast uitermate verdienstelijk gemaakt voor de Helderse Joodse gemeente. Niet alleen voor de Helderse overigens. Van 10 maart 1855 tot 13 december 1859 woonde hij in Beverwijk bij de familie Levie Davidson en Duifje Hamburger. Uit zijn beroepsomschrijving blijkt dat hij in die jaren als ‘gazzan’ (voorzanger) gefungeerd heeft bij de Joodse gemeente in Beverwijk. Uit de tekst op zijn grafsteen kunnen we al iets te weten komen over zijn vele verdiensten.


Leentje Schrijver de echtgenote van Izak Grunwald.

‘Vele jaren was hij het hoofd van Chewre Izak Grunwald, zoon van David Izak Grunwald, geboren te Oldenzaal, overleden in Den Helder. Kadieshe, het begrafeniswezen van de Joodse gemeenschap. En van Gemiloeth Chassadiem, het uitvoeren van weldadigheden. Het leren en onderrichten van de Torah was zijn gehele wens’.

Hij was tot het onderrichten bevoegd, nadat hij in 1861 de akte “Israëlitisch Onderwijzer van de laagste rang” had behaald. Voor zijn grote bestuurlijke verdiensten en zijn vele functies werd hij, evenals zijn vader in 1877 door opperrabbijn Dünner onderscheiden met de ‘chower’ titel. Op 7 december 1900 overlijdt hij vrij plotseling. Zijn overlijden betekende een groot verlies voor Joods Den Helder.

Een tweede zoon van David Izak was Moses Aron, geboren op 10 april 1835 te Oldenzaal, overleden te Den Helder op 7 januari 1917 en op 24 mei 1860 in Den Helder gehuwd met Mietje Salomons de Leeuw. Hij was de grondvester van de bekende firma: ‘M.A. Grunwald en zoon, stoomkoffiebranderij, thee-importeur en grossier in koloniale waren in Den Helder’.


Twee identieke stenen voor Mozes Aron Grunwald en zijn echtgenote Mietje (Meta) de Leeuw.

Moses Aron was eenvoudig begonnen, namelijk als voddenkoopman met paard en wagen. Twintig jaar later had hij in de Vlootstraat in de Oude Helder (ongeveer ter hoogte waar nu de Hendrik Hudsonstraat loopt) een winkel in ‘Spaansche en andere Fruiten, benevens vele andere artikelen in het groot en klein’.

Aan reclametechnieken ontbrak het Moses Aron in de Vlootstraat niet, getuige bijgaande advertentie in de Heldersche Courant van 11 juni 1870 waarin inderdaad ‘vele andere’ artikelen worden aanbevolen, tot gezouten vis aan toe.

Het huwelijk van Moses Aron en Mietje werd gezegend met zestien (!) kinderen. Hoewel, gezegend? Elf kinderen stierven binnen een jaar, waarvan één na achttien dagen.

Er liggen drie kinderen van Izak Grunwald (1831 – 1900) en Leentje Schrijver (1840 – 1915) op de Joodse begraafplaats. Een zoon: David, geboren te Den Helder op 19 april 1867 en overleden op 20 juli 1935 te Den Helder. Hij was van beroep koopman-manufacturier (in 1906 Kanaalweg 74). Hij bleef ongetrouwd. De Hebreeuwse tekst op zijn grafsteen geeft aan dat David, wat betrokkenheid met en inzet voor de Joodse gemeenschap betrof, in de voetsporen van zijn vader trad. 

 

Een veelzijdig aanbod van fruit, vis en… lucifers(!) in een advertentie van M.A. (Mozes Aron) Grunwald in de Heldersche Courant van 5 mei 1870.

‘De weg van het geloof koos je. En de Torah van God en zijn Geboden hield je gestand. Kennis en wijsheid is waar je naar streefde. Een gedenkteken voor de ziel van de Bestuurder en gemeenteleider, de heer David, zoon van de chaveer (vriend, makker, verwant aan chower, in het Bargoens gabber) de heer Isaac Grunwald geboren uit Leah. Hij leidde de gemeente op rustige wijze op de rechte weg. Hij was een goede verklaarder van de geboden voor zijn volk. En hij sprak in vrede tot geheel zijn familie. Bij het vallen van de avond op de Heilige Sabbat ontvlood zijn ziel in heiligheid en reinheid’.

Zijn plotselinge dood, in het huis van zijn broer, was een schok voor de Joodse gemeenschap. Bij zijn uitvaart werd door diverse sprekers het woord gevoerd. De voorzitter van het genootschap Gemiloeth Chassadiem, de heer L. Kannewasser noemde hem ‘een figuur van de oude garde, die op de Helderse Kehillo zijn stempel heeft gedrukt, die de ruggengraat vormde van de kleine Joodse gemeenschap’.

Een dochter: Sara Grunwald, geboren op 8 maart 1869 te Den Helder, overleden te Amsterdam op 24 november 1941. Zij trouwde op 14 juni 1893 te Den Helder met Salomon Meijer Manheim, geboren te Den Helder op 28 mei 1865, van beroep koopman. Hij stierf in Auschwitz op 26 maart 1944, 78 jaar oud.

David Grunwald, zoon van Izak Grunwald en Leentje Schrijver. “Bij het vallen van de avond op de Heilige Sabbath ontvlood zijn ziel in heiligheid en reinheid”.

‘Hier is geborgen een belangrijke en bescheiden vrouw. Bekroond met elke rechtschapen eigenschap. Een sier voor haar man, haar dochter en haar zonen’.

De locatie van overlijden te Amsterdam werd vastgesteld volgens de overlijdensadvertentie in het Joods Weekblad 28 november 1941, waarin het woonadres van het gezin werd aangegeven als Uiterwaardenstraat 292 hs, Amsterdam.

Tenslotte nog een zoon van Izak Grunwald: Meijer Grunwald, geboren op 1 februari 1877 te Den Helder. Hij trouwt op 26 oktober 1909 te Goor met Johanna Brogholter. Hij is de vader van Carolina Elzas Grunwald die ons de vertaling van de Hebreeuwse teksten op de Joodse stenen heeft nagelaten. De vrij uitgebreide tekst(en) op zijn steen vertellen ons het droevige lot dat zijn vrouw Johanna Brogholter en hun beide zonen Isaac en Naftaniël heeft getroffen. Zij werden in maart 1943 naar Polen (Sobibor) weggevoerd en vermoord. Dat vreselijke levenseinde is Meijer bespaard gebleven. Hij overleed op 25 februari 1942 in Oudesluis aan de gevolgen van een hartaanval. Het gezin Grunwald was in dit dorp liefdevol opgenomen in het huis van de familie Kossen. Maar de berichten die hen daar bereikten over geweldpleging en bedreiging beangstigden hen uiteraard zeer. Het is vader Meijer fataal geworden. Met speciale toestemming van de bezetter mocht hij in Den Helder begraven worden. In het hoofdstuk De Tweede Wereldoorlog komen wij nog even op het lot van de familie Grunwald terug.


De ouders van Carolina Lena Grunwald: Meijer Grunwald en Johanna Brogholter. (Collectie familie Grunwald)

Dit verhaal komt uit het boekje: De Joodse begraafplaats. De tekst is geplaatst met de originele opmaak en met de originele foto’s uit het boekje. De boekjes zijn gepubliceerd in de periode van 2001 t/m 2006.

Uitleg route

Locatie

Bekijk hier de locatie van dit grafteken. 

Bekijk ook andere verhalen uit dit thema

De Joodse begraafplaats wordt gesierd door een bijzondere grafsteen met de afbeelding van twee zegenende handen, een teken van het priesterschap. Dit is de steen van Abraham Philip Cohen, een priester van de Kohien, vermoedelijk
Wanneer je langs de bijzondere graven op de Joodse begraafplaats wandelt, stuit je op het metaheerhuis, ook bekend als 'Beth Tohora'. Dit huis dient voor het ritueel reinigen van de doden, bekend als de tahara,
Louis Boas, een kapitein der infanterie, wordt herinnerd bij de oudste grafsteen (1827) van de Joodse begraafplaats in Huisduinen. Hij overleed op 30-jarige leeftijd aan verwondingen opgelopen bij de schipbreuk van 'Zijner Majesteits Wassenaar' in